S2A3: Living the dream is hard work…

 

Veel mensen hebben dromen die ze ooit nog eens willen uitvoeren. Slechts een enkeling durft er echter vol voor te gaan. Mijn neef Max van Zeilboot Anne Marie is zo iemand. Na het afronden van zijn studie vaart hij met zijn eigen zeilboot anderhalf jaar de wereldzeeën over. Ik had het geluk met hem mee te mogen zeilen door de Egeïsche Zee. Startend op het Griekse eiland Mykonos zouden we in anderhalve week naar Kos varen. Met zon, zee en een zeilboot waren alle ingrediënten aanwezig voor een mooie reis.

Na een hele vroege start in Rotterdam en een reis per voet, trein, vliegtuig, bus en boot kwam ik rond de avond op Mykonos aan met de veerboot, alwaar ik Max trof. De toon van de vakantie was meteen gezet: meneer had een perfecte ligplek voor de boot in de haven bij de winkels. Binnen een kwartiertje was de barbecue aan en zaten we met een biertje te genieten van de zon.

’s Avonds hebben we Mykonos-stad verkend. De reputatie van Mykonos als het ‘Ibiza van Grienkenland’ is terecht. Net als Ibiza is het erg hip, vrij en vooral duur. Dat wordt gecombineerd met de charme van een pittoresk Grieks stadje. In Mykonos heeft men het witten van huizen, straten en bomen tot een kunst verheven. Onderdeel van de Griekse charme is helaas ook de verschrikkelijke Griekse muziek die in alle restaurants wordt gespeeld. Desalniettemin hadden we een zeer geslaagde avond.

De volgende dag zijn we op de culturele tour gegaan. In de middag hebben we Mykonos-stad bij dag verkend. Het is wel bewonderenswaardig hoe de Grieken in 10 winkeltjes na elkaar exact dezelfde souvenirs aanbieden, en blijkbaar toch winst maken. Vervolgens hebben we het eiland Delos bezocht. In de Oudheid was dit heilige eiland een van de grootste heiligdommen in de wereld. De naam van de Cycladen als eilandengroep is zelfs afgeleid van de mythe dat Zeus de andere eilanden als een cirkel (kuklos) rondom Delos legde. Het eiland zelf was indrukwekkend, met ruïnes die erg aan Pompeï doen denken. Sommige straten waren ondanks de leeftijd van 2000 jaar toch nog in betere conditie dan die in het moderne Griekenland.

Het volgende eiland dat we op reis naar Kos aandeden was Amorgos. Dit was een redelijke gok, aangezien de 200 pagina tellende reisgids van de Griekse eilanden ons niets meer kon vertellen over dit eiland dan dat het ‘een langgerekte kale rots is’. Gelukkig had het eiland meer te bieden. Na geankerd te hebben in een idyllische baai zijn we met een quad het eiland gaan verkennen. De grote trekpleister is een eeuwenoud klooster dat spectaculair tegen een steile klifwand is aangebouwd. Het is alleen te bereiken na een klim van een half uur in de brandende zon. Helaas moest Max aan den lijve ondervinden dat je met een korte broek het klooster niet inkomt. Na een verkleedpartij waren we wel welkom en kregen we zelfs een sterke borrel van de monniken aangeboden (11 uur in de ochtend) om bij te komen van de klim.

De rest van de dag hebben we gebruikt om met de quad de rest van het eiland te verkennen. Na anderhalf uur gereden te hebben werden we gewaarschuwd dat de tank bijna leeg was. Dankzij het betere steenkolen-Grieks leerden we van lokale vissers dat het enige benzinestation op 100 meter van ons beginpunt lag. Anderhalf uur terug dus. Langzaam rijdend hebben we het gelukkig net gehaald, want ik vermoed dat de taxiservice op Amorgos niet geweldig is…

Na Amorgos was het tijd om de Cycladen achter ons te laten en naar de Dodekanesos te gaan. Bestemming was het eiland Patmos. Nu is de Egeïsche Zee berucht om de Meltemi: een stormachtige noorderwind die tijdens de zomermaanden flink kan spoken. Helaas was deze in geen velden of wegen te bekennen, waardoor we het grootste deel van de reis op de motor moesten volbrengen.

Patmos wordt ook wel het ‘Jeruzalem van Griekenland’ genoemd, door de vele heiligdommen gewijd aan de apostel Johannes, die hier het Bijbelboek Apocalyps geschreven zou hebben. Vanuit de haven maakten we een spectaculaire tocht naar de top van de berg waar de grot van Johannes ligt. Om vervolgens de halve berg weer te voet af te moeten dalen om daadwerkelijk bij de ingang van dit werelderfgoed te komen.

Na de berg weer opgeklommen te zijn en het klooster van Johannes (ook werelderfgoed) te hebben bekeken, hebben we de rest van onze tijd in Patmos voor anker doorgebracht in een prachtig idyllisch baaitje. ’s Nachts schrokken we meerdere keren wakker van kreten in doodsangst bij de oever. Bij daglicht verwachtten we een horrorscene te zien, maar dit bleken balkende ezels te zijn geweest. Zo leer je nog eens wat van de natuur op vakantie…

Inmiddels was het tijd om naar onze eindbestemming Kos te gaan. De laatste tussenstop hebben we gemaakt op het eiland Leros. Dit eiland is door de Italianen onder Mussolini als buitenverblijf gebruikt. Helaas heeft men na het vertrek van de Italianen ook schijnbaar niets meer aan onderhoud of nieuwbouw gedaan, waardoor de stadjes er vrij grimmig uitzagen.

Al voor we op Kos waren, werd duidelijk dat dit een heel andere ervaring zou zijn dan de voorgaande eilanden. Van verre was op het strand al een oranje vlek te zien. Dichterbij gekomen bleek dit een enorm veld vol oranje parasols en ligstoelen te zijn, geflankeerd door metershoge Nederlandse vlaggen. De toon was gezet. Meteen na aankomst in de haven stuitten we op meerdere Nederlandse feest cafés, waar we de verleiding van een broodje kroket toch niet konden weerstaan.

Dat het toeristenseizoen nog niet helemaal begonnen was, ondervonden we ’s avonds aan den lijve. Daar er nog niet genoeg toeristen zijn om alle clubs te vullen, was er een hevige concurrentie tussen de verschillende tenten om mensen naar binnen te lokken. Op het moment dat we straat binnenliepen werden we omringd door zes vrouwelijke proppers, die heel toevallig allemaal Nederlands waren, allemaal uit Rotterdam kwamen, allemaal heel graag met ons wilden kennismaken, en ook allemaal meteen weer weg waren toen het eerste drankje besteld was. Desalniettemin smaakten de spotgoedkope cocktails ons prima en hadden we een waanzinnige avond.

Na de volgende dag nog per auto het eiland en een aantal mooie strandclubs te hebben verkend, zat het er alweer op voor mij. Maar terwijl ik op het vliegtuig stond te wachten, was Max alweer druk met het wassen van beddengoed. Hij had een paar uur rust voordat de volgende bemanning zou arriveren om zijn reis voort te zetten. Living the dream is hard work…

Dit bericht is geplaatst in Blog . Bookmark de link .
Zeilboot Anne Marie