Familie en vis blijft twee dagen fris

 img_0364Acht en zes waren we, toen we van onze ouders een bootje cadeau kregen. Een optimist die we de heerlijk allitererende naam “De Dolle Dolfijn” meegaven. Het was een eenmansboot, maar Max en ik zeilden er vaak met zijn tweeën in. Onze passie voor het zeilen werd echter al gauw te groot voor een optimist en dus moest er een nieuw scheepje komen. De flits werd uit een garagebox getoverd. Een houten tweemansboot die mijn opa tig jaar geleden had gebouwd om zichzelf voor te bereiden op het echte werk, waaronder het bouwen van de “Anne Marie”. Na een zomer lang oefenen in de flits, Max als stuurman en ik als fokkenist, waren wij klaar voor een nieuwe uitdaging en die vonden we in het wedstrijdzeilen.

Spectaculaire momenten
We namen deel aan talloze wedstrijden óp en rond het Sneekermeer, met wisselend succes. in een van Max’ eerste vlogs zei hij dat je familie en vis twee dagen fris houdt, maar tijdens wedstrijdzeilen bleek deze tijd zich te reduceren tot een magere tweeimg_2824minuten waarna wij elkaar de boot uit vochten. Zo nu en dan letterlijk… Ik kon Max’ competitiedrang maar moeilijk bijbenen en na drie jaar zocht hij zijn heil in respectievelijk de Splash en de Laser. Eenmansboten dus. Maar na deze korte solo rondzwervingen trokken wij beiden de conclusie dat gezamenlijk recreatief zeilen toch wel het mooiste was. Dus hebben we nog een aantal zomers in de Schakel img_2821gezeild. Een sportieve tweemansboot waar we al hangend in de trapeze, planerend over het Sneekermeer fantastische en spectaculaire momenten hebben beleefd.

Een nieuwe ervaring
In de tijd dat voor Max het grote openwater lonkte, heb ik nog fanatiek met mijn vader in onze houten wedstrijd valk (nummer 821) gezeild en aan een aantal Sneekweken deelgenomen. Toen ik vervolgens in Utrecht ging wonen voor mijn studie farmacie, was ik beduidend minder vaak op het water te vinden. Maar goed, terug naar het hier en nu. Na een vlucht van een uur of drie, landde ik op 31 augustus op Malta, vanwaar wij (Max, Carmen en ik) koers zetten naar Kreta. Een oversteek van 450 zeemijl, waar wij naar schatting vijf tot zes dagen over zouden doen. Non-stop zeezeilen. Een, voor mij, nieuwe ervaring waar ik erg benieuwd naar was, maar die eveneens aanleiding was voor het ontstaan van wat zenuwen. Hier bleek echter weinig tijd voor te zijn: voor ik er erg in had, zag ik de haven van de stad Valetta, waar ik helaas net zoals de rest van het eiland niets van gezien heb, uit het zicht verdwijnen. Mijlen open zee lagen voor ons.

Omdat wij pas in de namiddag uit Malta wegzeilden en het duister in dit zuidelijke deel van Europa vroeg invalt, besloten we om direct de verdeling van de nachtshifts te maken. We hanteerden tussen acht uur ’s avonds en acht uur ’s ochtends een 4 uur op, acht uur af principe. Mij was voor de eerste nacht de middelste shift, van twaalf tot vier, toe bedeeld. Dit deed mij besluiten om vlot na vertrek mijn kooi in te duiken en direct wat uren slaap te claimen. Om twaalf uur werd ik door het brute geschreeuw van Max gewekt. Later zou hij mij vertellen dat hij het ook liefelijk geprobeerd had, maar kennelijkwas het slaapje dat ik genoot van dusdanige kwaliteit dat ik er doorheen sliep. Snel wreef ik de restjes nachtrust uit mijn ogen en nam mijn plaats naast de stuurautomaat in. De opdracht die ik mee kreeg was om ieder kwartier de koers en snelheid te checken, de zeilen te controleren en om rond te speuren voor de boordlichten van omliggende schepen, als die er zijn, wat later een zeldzaamheid zal blijken. De overige tijd kon naar eigen smaak ingedeeld worden en ik besloot met behulp van een hoofdlamp te gaan lezen. Na twee uur gaven mijn ogen dankzij het felle LED licht er de brui aan en ging ik mij vergapen aan de sterrenhemel. Die is op volle zee in het complete donker zacht uitgedrukt indrukwekkend en wordt bovendien continu gesierd door vallende exemplaren.

De wind kwam uit het zuiden en was door het Afrikaanse continent lekker opgewarmd waardoorimg_0468het aan boord in luchtige zomerkleding goed toeven was. De windsnelheid was redelijk en met een gemoedelijke 2,5 knoop zeilden we richting Kreta. Aan het eind van mijn shift viel de wind echter weg, waardoor Max, die na mij de wacht hield, zich genoodzaakt voelde om de dieselmotor aan te spreken. En met het lome geronk van de motor en het ontspannend golvende water, viel ik voldaan in een diepe slaap. En zo brak de eerste volle dag op zee aan. Gelukkig was ik op tijd wakker om van de zonsopkomst te kunnen genieten. Op jacht heb ik op weiden en akkers en in bossen al veel mooie zonsopkomsten mogen meemaken, maar deze is werkelijk fenomenaal. De tijd overdag wordt ingedeeld met lezen en slapen en de enige verplichtingen aan boord is het zorgen voor een goede sfeer, maar dat blijkt automatisch te gaan.

We hebben beet!
Om vier uur in de middag op dag twee, of was het nou drie? (het besef van plaats en tijd is in Malta achtergebleven) trok ik aan de sleeplijn die achter de boot hing en merkte ik dat het zwaarder ging dan normaal. We hebben beet! Snel wordt de lijn binnen gehaald en het aanzicht van een mooie vis aan één van de vier haken stemde iedereen enthousiast. Het was een roofvis die de tropische naam “Mahi-Mimg_0431ahi” draagt en zich, zo bleek, makkelijk liet fileren en ontvellen. De vis werd direct door Max in boter gebakken en was verrukkelijk. Een Mahi-Mahi smaakt naar kabeljauw en heeft de structuur van schol. Een echte aanrader dus! Het zal een uitdaging worden om ooit nog versere vis te eten. Inmiddels zijn we nog slechts tachtig zeemijl verwijderd van ons doel en met het tempo dat wij nu varen zal het nog maximaal één dag duren voordat het anker in een van de baaitjes van Kreta uitgeworpen kan worden. Een moment waar ik mij de laatste dagen steeds meer op ga verheugen. De weidsheid die je op open zee ervaart is bijzonder intrigerend. De omgeving waarin je je dagen lang bevindt, verandert niet en dat is als je ergens naar op weg bent een vreemde ervaring.

Opstapper Toon

img_0415

 

Zeilboot Anne Marie